Hoofd menu
Column

KINDERLIJKE ANGSTEN

’t Gooi is nog steeds in de ban van de bedreigingen aan het adres van de familie de Mol. Een onbekende man van rond de zeventig, stuurt dreigbrieven naar de bekende familie en bezorgt de Talpa directeur een doos taartjes van een bakkerij uit Blaricum. Er is een compositietekening verspreid en elke kalend wordende zeventiger, kan niet meer fatsoenlijk een doos gebakjes bestellen, zonder dat hij van top tot teen wordt gescreend door de verkoopster.

KINDERLIJKE ANGSTEN.De grappen rondom het pijnlijke incident worden aan de stamtafel in het plaatselijke café, gepaard met een pilsje, smakelijk verteld. Zou de dader aan Miljoenenjacht doen? Of is het de Gooische 1 tegen 100? Speelt de dader ‘Wie is de Mol’?

Nog zieker zijn de gedachten van mensen, die denken dat het een publiciteitsstunt is van de bekende tv-producent.

De dader, die brieven verspreid op bijzondere locaties, lijkt inderdaad in spelvorm te denken. Het doet me denken aan de film ‘Quiz’ waarin Barry Atsma een quizmaster speelt en waar Pierre Bokma zijn familie ontvoert. Barry moet via zijn eigen quizvragen en opdrachten, zijn gezin terug vinden. Het zou niet de eerste keer zijn, dat mensen de gebeurtenissen in een film, gebruiken voor hun misdadige plannen.

Ik denk vooral aan de kinderen van mevrouw de Mol en in principe aan alle kinderen van Bekende Nederlanders. Want hoe gaat het met hun, in deze bizarre tijd? Zij kunnen er tenslotte niks aan doen dat hun beroemde moeder een vak heeft gekozen, waar miljoenen mensen aan verbonden zijn. Ze kunnen er ook niks aan doen, dat hun oom zijn kapitaal heeft verdiend met het produceren van televisieprogramma’s in binnen- en buitenland.

Deze kinderen horen zo gewoon mogelijk te kunnen leven met hun eigen dromen en idealen. Zij willen gewoon na schooltijd spelen met vriendjes en vriendinnetjes van school of lekker sporten op hun club. Ravotten in de herfstbladeren op de heide, zonder dat ze bang hoeven te zijn voor een gevaarlijke gek, die het mogelijk gemunt heeft op hun leven, want dat zijn volwassen angsten en niet de kinderangsten, zoals die ik uit mijn jeugd ken.

Als kind was ik namelijk bang voor een man onder mijn bed of in de kast. Midden in de nacht, als ik wakker werd, keek ik gespannen onder mijn houten bed en naar de kastdeur die een op een kiertje open stond, terwijl ik er van overtuigd was, dat ik hem goed had dicht gedaan. Ik probeerde mijn angst te overwinnen, liet me uit mijn bedje vallen en sloop naar de kastdeur. Dicht bij de kast gekomen, haalde ik diep adem en duwde de deur met een smak dicht. Met bonkend hart keerde ik weer terug naar mijn warme bedje.

Elk kind kent die angsten. Mijn vader begon altijd te lachen, als ik mijn moeder voor het slapen gaan vroeg of het licht op de gang aan mocht blijven en mijn slaapkamerdeur op een kier. Ik schaamde me meteen als mijn vader begon te lachen, maar mijn verzoek intrekken, daar kon geen sprake van zijn.

Ik ben opgegroeid in een lief schattig dorpje, waar iedereen elkaar kende. Er was een grote sociale controle. Ondanks dat, waren er momenten dat je toch bang was. In ons dorp woonde een man met een grote baard alleen in een huis met gesloten luiken. Onder mijn klasgenoten ging het gerucht dat deze bebaarde man misschien wel een kinderlokker was. Elke keer als hij op zijn fiets langs kwam, gingen we ons verstoppen of rende gillend weg, als hij onze kant uit leek te komen.

De man was een eenzaam iemand, dus mijn gevoel van angst mengde zich met medelijden. Elke dag at hij braaf bij zijn oudste zus, leefde van een uitkering en zijn enige uitje was een middagje vissen in een nabijgelegen sloot. De blik in zijn ogen was afwezig, zijn spraakgebrek was eerder zielig dan angstig en zijn oprecht aardige gevoel voor kinderen, werd door ons verkeerd geïnterpreteerd.

Het zijn allemaal normale kinderangsten. Je was bang voor Zwarte Piet, bang voor de donkere kelder waar de voedselvoorraad lag opgeslagen en bang voor het politiebericht op televisie, waar ook in mijn tijd al lijken werden getoond.

Maar tegenwoordig kunnen jonge meiden zich niet meer fatsoenlijk omkleden in een hockeykleedkamer, omdat ze mogelijk worden gefilmd door een gek. En zal bij de landelijke intocht van Sinterklaas, de politie alert moeten zijn op mogelijke aanslagen op de gulle zwarte vriendjes van de Goedheiligman, terwijl onschuldige kinderen hun toezwaaien. Het is een aanslag op de veiligheid en geborgenheid van onze kinderen.

Door de dreigbrieven van onze Gooische zeventiger, zijn alle kinderen van Bekende Nederlanders bang voor een mogelijke ontvoering. Het is dan ook te hopen dat de zaak snel wordt opgelost en de volwassen angsten weer plaats maken voor onschuldige kinderangsten, zoals een denkbeeldige man onder hun bed. En dan kan gewoon weer het licht aan op de gang en de slaapkamerdeur op een kier!

Leave a Comment

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>